retrofuturisme
Is this the future of medicine?
De eugenetica of rasverbetering is het wetenschappelijk onderzoek naar het verbeteren van een ras, waarbij men gewoonlijk het mensenras op het oog heeft. Selectieve voortplanting werd in de oudheid al gesuggereerd door Plato, die graag zag dat menselijke voortplanting zou worden gecontroleerd door de autoriteiten. Hij stelde voor dat de selectie zou worden uitgevoerd door middel van een nep-loterij, zodat de mensen niet gekwetst zouden worden. De oorspronkelijke stelregels van Galton hadden een directe link met de leer en het werk van Darwin. Darwin zelf was weer sterk beïnvloed door Thomas Malthus. Volgens Darwin wordt het mechanisme van natuurlijke selectie gedwarsboomd door de menselijke beschaving. Een van zijn bezwaren tegen beschaving is het streven om mensen in een zwakke positie te helpen, welke indruist tegen de natuurlijke selectie waarbij juist de “zwakkeren” uitsterven. Eugenetici zijn daarom voor acties om de afnemende effecten van de natuurlijke selectie binnen de beschaving te compenseren. Dit basisprincipe vormde de inspiratie voor vele uiteenlopende filosofieën, (pseudo)wetenschappelijke theorieën en sociale praktijken. Negatief eugenetisch beleid varieert van segregatie, gedwongen sterilisatie tot euthanasie. Wereldwijd is er een negatief eugenetisch beleid voor mensen met het syndroom van Down. Positief eugenetisch beleid bestaat uit beloningen of bonussen voor geschikt bevonden ouders die meer kinderen krijgen. Spermabanken hanteren maatstaven voor de genetische kwaliteit van de donors. Zelfs een relatief onschuldig verschijnsel als huwelijksbemiddeling is ontstaan uit eugenetische beginselen. De nazi’s voerden talloze experimenten op mensen uit om hun genetische theorieën te testen. In de jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw liet het naziregime honderdduizenden mensen die zwakzinnig werden bevonden gedwongensteriliseren, en doodde het tienduizenden gehandicapten die in instituten verbleven onder de noemer van een euthanasiebeleid. Ook de Joden werden gezien als inferieur aan het arische ras en werden daarom vermoord. Er waren speciale instellingen met als enige doel zoveel mogelijk arische baby’s op de wereld te zetten. Dit zodoende om de Übermensch (in Hitlers ogen de ariërs) verder te helpen. De natie met de op één na grootste eugenetische beweging was de Verenigde Staten. Vanaf 1896 werden in veel staten wetten bekrachtigd waarin het epileptische en zwakzinnige mensen verboden werd te trouwen. In 1924 werd deImmigration Restriction Act aangenomen, waarbij eugenetici voor het eerst een rol speelden bij debatten in het Congres als expert-adviseurs over de dreiging van de komst van volkeren uit Oost- en Zuid-Europa. Deze wet beperkte het aantal immigranten aanzienlijk en versterkte bestaande wetgeving die rassenvermenging verbood. Eugenetische beschouwingen vormden ook de grondslag bij de aanname van incestwetten in grote delen van de VS, en werden gebruikt omapartheidswetten te rechtvaardigen. Tussen 1907 en 1963 werden in de VS onder eugenetische wetgeving meer dan 64 000 mensen gedwongen gesteriliseerd. Een positief rapport over de resultaten van de sterilisaties in Californië (waar verreweg de meeste sterilisaties werden uitgevoerd), werd door nazi-Duitsland aangegrepen als bewijs dat een uitgebreid sterilisatieprogramma uitvoerbaar is en humaan zou zijn. Toen nazi-beleidsmakers na de Tweede Wereldoorlog in Neurenberg terechtstonden voor oorlogsmisdaden, rechtvaardigden ze hun grootschalige sterilisaties (meer dan 450 000 mensen in minder dan tien jaar) door de VS aan te wijzen als hun inspiratiebron. Bijna alle niet-katholieke westerse naties namen tot op zekere hoogte eugenetische wetten aan, met uitzondering van Groot-Brittannië. In Latijns-Amerika waren eugenetische wetten er vaak op gericht arme, zwarte of inheemse delen van de bevolking te steriliseren. Dit gebeurde onder andere in Peru, Brazilië, Argentinië en de Dominicaanse Republiek. Ook in de Mexicaanse deelstaat Veracruz werd een sterilisatiewet doorgevoerd, maar daar is voor zover is na te gaan nooit iemand gesteriliseerd. In Zweden werden onder dwang 62 000 onderontwikkelde vrouwen uit arme (vaak niet-Zweedse) bevolkingsgroepen gesteriliseerd in een periode van veertig jaar. Soortgelijke dingen gebeurden met geestelijk gehandicapt verklaarde mensen inCanada, Australië, Noorwegen, Finland, Estland, Zwitserland en IJsland. In Singapore werd een bescheiden vorm van positieve eugenetica uitgevoerd door het aanmoedigen van huwelijken tussen hoog opgeleide mensen in de hoop dat dit zou leiden tot slimmere kinderen.
Eugenetica is in strijd met de in de tweede helft van de 20ste eeuw ontwikkelde mensenrechten en anti-discriminatiewetgeving. Aangezien eugenetica in verband wordt gebracht met de Holocaust en het nazistische sterilisatiebeleid is het onderwerp in veel landen een politiek taboe. Tevens rijst altijd de vraag wie er bepaalt wat meer of minder geschikte erfelijke eigenschappen zijn. Het werd in 1883 voor het eerst gebruikt door Francis Galton, een neef van Charles Darwin, ter verwijzing naar het gebruik van selectief fokken (van dieren of mensen) om een soort in de loop van generaties te verbeteren, specifiek met betrekking tot erfelijke kenmerken. Binnen enkele jaren had Galton zijn definitie uitgebreid tot zowel positieve eugenetica (de meest geschikten aanmoedigen tot meer voortplanting) als negatieve eugenetica (het ontmoedigen of verhinderen van de minder geschikten om zich voort te planten).
ZAHA HADID ARCHITECTS
Britse architecte van Iraakse afkomst. Hadid heeft wiskunde gestudeerd aan de Amerikaanse universiteit in Beiroet en daarna studeerde ze architectuur aan de Architectural Association in Londen. Na haar afstuderen werkte ze bij hetOffice for Metropolitan Architecture (OMA) van architect Rem Koolhaas. In 1980 begint ze haar eigen bureau. Haar ontwerpen zijn in de deconstructivistische stijl. In 2004 won ze als eerste vrouw dePritzker-prize. In België lopen momenteel twee projecten van haar. Het nieuwe station van Heist en het toekomstige Havenhuis in de Antwerpse haven. De werken aan deze laatste starten eind 2010.
Change is the law of life. And those who look only to the past or present are certain to miss the future.
-John F. Kennedy-
Daniel Liebeskind
Dream hub Yongsan IBD
Zoemen we in de toekomst allemaal met onze eigen helicoptertjes naar school of werk? Zo mooi zal transport waarschijnlijk nooit worden. De natuur heeft zo zijn grenzen. Eén van die grenzen is de snelheid van het licht. Het is nog nooit gelukt – en waarschijnlijk onmogelijk – om dingen sneller te laten gaan dan het licht. Een reis naar de dichtstbijzijnde ster zal daarom altijd langer dan vier jaar duren. Dat is namelijk de tijd die licht nodig heeft voor het overbruggen van die afstand.
Een andere grens is het verbruik van energie. Er is hoe dan ook energie voor nodig om je op aarde te verplaatsen. Het kan echter wel met veel minder energie dan we nu verbruiken. Een belangrijke inspanning van wetenschappers is het zuiniger maken van auto’s en andere transportmiddelen. Dat kan bijvoorbeeld door aandacht voor de stroomlijn. Er is nog een opvallend groot verschil in luchtweerstand tussen verschillende autotypes. Met enige moeite kan de luchtweerstand van bijvoorbeeld een Renault Twingo nog met dertig procent worden gereduceerd. Dat heeft de milieuorganisatie Greenpeace aangetoond door experts kleine veranderingen in de vorm van deze auto te laten aanbrengen. Luchtweerstand is de belangrijkste factor voor energiegebruik bij hogere snelheden. De verbetering zit vaak in kleine details. Een spiegeltje dat op een ondoordachte manier uitsteekt, kan zorgen voor een flinke verstoring van het stromingspatroon. Hetzelfde geldt voor ruitenwissers, dakranden en handgrepen. Dat soort details worden meestal niet in de windtunnel uitgetest. Dat is te duur en kost teveel tijd. Computerberekeningen vormen een alternatief, maar die zijn nog niet precies genoeg om de stromingspatronen tot in alle detail te simuleren. Het wachten is dus op snellere computers en betere software om luchtstromingen te simuleren. Voor beide is nog veel fundamenteel onderzoek nodig. Misschien kunnen we ook leren van de geschiedenis. Aan het begin van de twintigste eeuw werd hard gewerkt aan de ontwikkeling van de elektrische auto. Benzinemotoren verspillen veel energie, zo realiseerde men zich toen al. Het is tenslotte een verbrandingsmotor. De hitte die vrijkomt, gaat grotendeels ongebruikt de buitenlucht in. Bovendien wordt energie verspild als de motor niet op vol vermogen draait. Als je rustig op de snelweg rijdt, is maar een deel van het maximale vermogen nodig. De motor wordt dan getemperd door het aanbrengen van extra weerstand. Ook op andere plaatsen in de auto zorgt de weerstand van bijvoorbeeld de versnellingsbak en banden ervoor dat een deel van het vermogen verloren gaat. Gemiddeld wordt zo maar 15 procent van de energie in brandstof omgezet in beweging van de auto Elektriciteit opwekken kan bijvoorbeeld met brandstofcellen. Binnenin dergelijke cellen reageren brandstoffen met elkaar, waarbij elektriciteit vrijkomt. Als brandstof kan bijvoorbeeld waterstof worden gebruikt. Er zijn ook types in ontwikkeling die aardgas gebruiken of gewone benzine. Brandstofcellen zetten zo’n zestig procent van de energie in de brandstof om in elektriciteit, veel meer dan in een gewone centrale. Brandstofcellen zijn aanzienlijk schoner dan een gewone centrale, omdat er minder kooldioxide vrijkomt. Teveel kooldioxide in de atmosfeer veroorzaakt het broeikaseffect. Een brandstofcel heeft bovendien geen bewegende delen en is fluisterstil. Kortom, het is een ideale combinatie met een elektromotor. Autofabrikanten als Mercedes en Opel hebben al prototypes van zulke auto’s rondrijden. Er is in die auto’s echter weinig zitruimte over. Brandstofcellen zijn nogal omvangrijk en daardoor ook duur. Vandaar dat in veel laboratoria nieuwe materialen worden uitgeprobeerd om de cellen kleiner en goedkoper te maken. Of het wat wordt met brandstofcellen in auto’s weet niemand. Misschien gaan we allemaal met een superzonnecel op het autodak rijden.Energieverbruik
Ploeteren door de lucht
Groeiende efficientie
Brandstofcellen
De Japanse architect Tadao Ando (1941) is geboren in Osaka en staat bekend vanwege zijn typerende gebruik van licht en schaduw, gecombineerd met het uiterlijk van ‘zijn’ beton. Hij heeft vrijwel iedere belangrijke architectuurprijs gewonnen, terwijl hij geen enkele architectonische opleiding heeft genoten.
Ando vermengt in zijn werk Japanse kenmerken met de modernistischearchitectuur zoals we die kennen van Le Corbusier, Louis Kahn en Frank Lloyd Wright. Deze combinatie heeft geleid tot een volledig eigen, minimalistische stijl. Met name zijn gebruik van beton is zeer typerend. Hoewel zijn betonnen vlakken zeer glad en vaak gevernist zijn, wekken ze tegelijk de indruk niet af te zijn. Dit effect ontstaat mede door de cirkelvormige afdrukken, die worden veroorzaakt door de afstandhouders die nodig zijn bij het bekisten van het beton. Meestal worden deze, wanneer het beton in het zicht wordt toegepast, weggewerkt. Ando gebruikt de afdrukken juist om het beton de voor hem typische structuur mee te geven. Deze betonstructuur wordt dan ook wel ‘Ando-beton’ genoemd. Door het materiaalgebruik te reduceren tot hoofdzakelijk beton, zorgde Ando, ondanks het gebruik van veel gesloten muren, voor een intensieve aanwezigheid van de natuur, in de vorm van licht en schaduw, binnenin zijn gebouwen.
Fundamentals
Church of the Light
Shiba Ryotaro Memorial Museum
Galleria Akka
Bigilidue
Oxy
Rin’s Gallery
Wall Avenue
Hyogo Prefectual Museum of Art
Nagisa Park
Himeji City Museum of Literature South Wing
Himeji City Museum of Literature North Wing
Water Temple